Eind juni krijg je te horen dat je in augustus terugkomt. De rest van je klas is klaar en jij nog niet. Of het nu een bijkomende proef heet, een uitgestelde beslissing van de klassenraad of een tweede examenkans, dat gevoel is overal hetzelfde.
Je staat er nu wel beter voor dan een paar weken geleden. Je hebt dit examen één keer van dichtbij gezien, je weet ondertussen hoe deze leerkracht zijn vragen stelt, en je hebt één vak over waar er in juni acht waren. Dat laatste is het grootste verschil. Herexamens lopen vooral slecht af wanneer je opnieuw begint op dezelfde manier die de eerste keer al niet werkte.
Zoek eerst uit wat er precies gevraagd wordt
Voor je één pagina studeert, wil je weten waarover het examen gaat en of dat de hele leerstof van het jaar beslaat of maar een deel ervan. Je wil ook weten of het schriftelijk of mondeling verloopt, of het resultaat op zichzelf telt dan wel verrekend wordt met je punten van juni, en hoe het meeweegt in de eindbeslissing. In het secundair beslist de delibererende klassenraad over je attest, ook al is het je vakleerkracht die de proef verbetert. In het hoger onderwijs is dat de examencommissie.
Dat klinkt evident. In de praktijk beginnen veel leerlingen te blokken zonder ook maar één van die antwoorden te kennen. Ze studeren dan drie hoofdstukken die niet gevraagd worden en slaan het deel over waar de helft van de punten zit. Die antwoorden kosten je één mail en meestal één dag wachten, en ze bepalen waar elk uur naartoe gaat dat je daarna studeert.
Kijk eerst in wat je al gekregen hebt. De brief of het rapportcommentaar bij de uitgestelde beslissing, de opdracht zelf en het schoolreglement bevatten vaak al de helft van het antwoord. Wat daar niet in staat, vraag je het best nog voor de laatste schooldag van juni, want vanaf begin juli is de school gesloten en kan het tot eind augustus duren voor iemand je mail leest. Ben je te laat, stuur dan naar het algemene adres van de school of naar het secretariaat in plaats van naar het privéadres van je leerkracht.
De mail zelf hoeft niet lang te zijn. "Beste mevrouw, beste meneer. Ik heb in augustus een bijkomende proef voor wiskunde. Om goed te kunnen beginnen had ik graag geweten over welke hoofdstukken het examen precies gaat, of het schriftelijk of mondeling is, en of het resultaat op zichzelf telt dan wel verrekend wordt met mijn punten van juni. Bestaat er een studiewijzer of een lijst met leerdoelen die ik mag gebruiken? Alvast bedankt." Daaronder je naam en je klas. Meer moet het niet zijn, en je stuurt hem het best vandaag, ook al begin je pas volgende week te studeren.
Zet de antwoorden op één blad en hang dat boven je bureau, of maak er een foto van en zet die op je gsm. Noteer daar meteen de praktische dingen bij zodra je ze kent: datum, uur, lokaal en wat je mee naar binnen mag. In augustus is het gebouw half leeg en ligt het lokaal zelden waar het in juni lag, en een formularium of een rekenmachine die niet toegelaten is, kost je punten die niets met studeren te maken hebben.
Als je in het hoger onderwijs zit
Voor studenten komt er één administratieve stap bij, en die weegt zwaarder dan alles wat hierna volgt. In veel instellingen moet je je apart inschrijven voor de tweede examenkans, per opleidingsonderdeel, met een deadline kort na de deliberatie van juni. Schrijf je je te laat in, dan mag je gewoon niet meedoen. Check meteen ook of er voor jouw opleidingsonderdeel wel een tweede kans bestaat, want bij stages, groepswerk en permanente evaluatie is dat lang niet altijd zo. Dat staat allemaal in het onderwijs- en examenreglement.
Vraag daarnaast je feedbackmoment aan. Je hebt recht op een bespreking van je examen en op inzage in je eigen kopij, en dat gebeurt meestal op een vastgelegd moment dat je zelf moet aanvragen, vaak al in de week na de resultaten. Zet die datum in je agenda voor je aan iets anders begint. Loopt er iets mis met de procedure of krijg je geen duidelijkheid, dan is de ombudspersoon van je faculteit het juiste adres. Vraag ten slotte na welke deelresultaten uit juni meegenomen worden, want dat verschilt per opleidingsonderdeel en het bepaalt hoeveel je in augustus nog moet goedmaken.
De grootste winst zit in hoe je studeert
De reflex na een slecht examen is om vanaf pagina één opnieuw te beginnen, alles nog eens te lezen en er deze keer meer uren in te steken. Bijna iedereen studeert zo. Die aanpak houdt stand tot de leerstof te groot wordt, en dan voelt meer uren maken de enige uitweg. Dat is meestal het moment waarop het vastloopt.
Wat er moet veranderen, is de verhouding tussen erin stoppen en eruit halen. In juni ging het grootste deel van je tijd waarschijnlijk naar lezen, markeren en samenvatten, en maar een klein stuk naar jezelf ondervragen. Voor augustus verschuif je dat zwaartepunt. Je leest een hoofdstuk één keer aandachtig, daarna sluit je het en probeer je het te reconstrueren op een blad.
Wat je terugvindt, zit voorlopig goed. Zet er een datum bij en test het over drie of vier dagen opnieuw, want iets kunnen ophalen vlak na het lezen zegt nog weinig over wat je binnen twee weken nog weet. Wat je niet terugvindt, zoek je meteen op in je cursus en zet je op je lijst voor morgen. Die controle achteraf is het stuk dat het verschil maakt met gewoon herlezen.
Dat voelt ongemakkelijk, en dat ongemak is het punt. Herlezen voelt vlot en aangenaam, en die vlotheid laat je geloven dat je de leerstof kent. Op het examen krijg je een blanco blad en een vraag, en dan blijkt het verschil tussen herkennen en zelf ophalen groter dan je dacht.
Je examen van juni is je beste studiemateriaal
Vraag inzage in je verbeterde examen. In het secundair staat in het schoolreglement hoe inzage en een eventuele kopie geregeld zijn, dus lees dat eerst en vraag het dan aan. Krijg je enkel inzage op school, neem dan pen en papier mee en schrijf per vraag op wat je fout had en hoeveel punten eraan hingen. Was het examen mondeling, plan dan een gesprek van tien minuten met de leerkracht over wat er misliep.
Ga daarna vraag per vraag na welk soort fout je maakte, want elke soort vraagt iets anders van je. Soms wist je het gewoon niet, omdat je dat stuk te oppervlakkig had gestudeerd. Dat is de makkelijkste categorie, want die vraagt enkel werk. Lastiger wordt het wanneer je de leerstof wel kende en ze er op het moment zelf niet uit kwam. Dat gaat over ophalen onder druk, en dat oefen je in de weken vooraf door te werken zonder cursus en met een klok erbij.
Een categorie apart zijn de vragen waarop je antwoordde wat je verwachtte, terwijl er iets anders stond. Dat gaat over hoe je een vraag leest, en het is de fout die het snelst te verhelpen is. Neem je oude examen erbij en schrijf naast elke vraag welk werkwoord er echt in stond, of je nu moest benoemen, uitleggen, vergelijken, berekenen of beoordelen. Doe dat daarna bij elke oefenvraag die je maakt, voor je begint te antwoorden.
Tel dan hoeveel punten er in elke categorie zitten. Bij veel leerlingen zit het grootste deel in de eerste categorie, en dat is eigenlijk goed nieuws, want daar helpt werk. Zit er bij jou een flink stuk in de tweede of de derde, dan ligt je winst in oefenen onder examenomstandigheden, want extra uren lezen verandert daar weinig aan. Zonder die telling studeer je in het donker en bepaalt toeval welk deel van je tijd rendeert.
Loopt het thuis met een klok erbij wel goed en klap je op het examen zelf toch weer dicht, dan gaat het over faalangst en zit de oplossing ergens anders. Praat erover met het CLB, met je huisarts of, in het hoger onderwijs, met de studentenpsycholoog. Doe dat in juli, ruim voor de week van je examen.
Deel je tijd in vanaf de examendatum
Zet de datum van je herexamen boven aan een blad en tel van daaruit terug naar vandaag. Zo zie je meteen hoeveel dagen je echt hebt, en dat getal valt bijna altijd lager uit dan je gevoel zegt, want de weken tussen juni en augustus lopen vol met dingen die al vastliggen.
Reken die vaste weken er dus in. Als je een week weg bent, streep die week weg. Als je in juli werkt, hou dan alleen de dagen over waarop je vrij bent. Een planning die de zomer negeert, sneuvelt in de eerste week en neemt je motivatie mee. Een planning die de zomer erin verwerkt, hou je vol.
Verdeel wat overblijft in twee helften. In de eerste helft bouw je op. Je neemt de leerstof door, je haalt in wat je in juni oversloeg en je test na elk hoofdstuk of het blijft zitten. In de tweede helft ondervraag je jezelf op oude examens en op de vragen uit je cursus, en telkens ga je terug naar wat er niet uit kwam. In die tweede helft maak je je punten. Wie de eerste helft laat uitlopen, verliest het deel dat telt.
Zes weken en acht dagen vragen hetzelfde patroon in een andere verhouding. Bij zes weken bouw je drie weken op en oefen je drie weken. Bij acht dagen bouw je drie dagen op, oefen je vier dagen en hou je de laatste dag vrij, en laat je een aantal details vallen om de hoofdlijn stevig te krijgen. Kiezen wat je laat vallen is beter dan alles half kennen.
Hou die laatste dagen ook echt vrij van nieuwe leerstof. Je neemt je eigen samenvatting van één bladzijde door, je legt hardop uit wat de hoofdstukken inhouden en je slaapt. Nog aan een nieuw hoofdstuk beginnen op de dag voor je examen is een slechte ruil: je wint misschien een half punt en je betaalt met een nacht slaap die je op alle andere vragen kost.
Als je meerdere vakken hebt
Bij twee of drie vakken telt vooral dit: waar zitten de punten, en welk vak weegt het zwaarst in de beslissing die daarna volgt? Vraag dat na. Soms weegt één vak duidelijk zwaarder dan de andere. De rest blijft daarom gewoon staan. Je weet alleen waar je eerste uren naartoe gaan. Hoe je je tijd verdeelt, volgt uit dat antwoord. Welk vak je het liefst doet, speelt daarbij geen rol.
Werk nooit in blokken van hele weken per vak. Als je drie weken enkel wiskunde doet en daarna drie weken enkel Frans, ben je bij het examen Frans de wiskunde grotendeels kwijt. Wissel binnen de dag of om de dag, en houd elk vak minstens een half uur per week warm, ook wanneer het niet aan de beurt is. Is wiskunde het vak dat terugkomt, lees dan ook wat er bij wiskunde meestal echt misloopt, want daar zit vaak een oorzaak die verder teruggaat dan dit ene examen.
Het vak dat je het liefst uitstelt, plan je 's ochtends als eerste. Ochtenden zijn op zich niets bijzonders. Ze hebben één eigenschap: je hebt op dat moment nog geen enkel excuus opgebouwd. Om vier uur 's namiddags is er altijd een reden waarom het vandaag niet meer lukt.
Wat er thuis gezegd wordt
Voor ouders die dit lezen: als je kind in augustus terugmoet, heb je weinig knoppen om aan te draaien, en dat voelt machteloos. Twee daarvan werken echt en wegen zwaarder dan je denkt: een vast moment per week waarop je ondervraagt, en de toon aan tafel.
"En, hoe gaat het?" is de meest logische vraag die er is, en ze levert bijna altijd een schouderophaling op. Dat zegt weinig over jou. Je kind heeft er gewoon geen antwoord op dat niet meteen een heel gesprek wordt. Ruil die vraag één keer per week in voor iets concreets en vraag of je mag ondervragen. Je hoeft niets van het vak te kennen om dat te doen, je leest de vragen voor en luistert of het antwoord komt. Laat je kind vooraf de oplossing of een modelantwoord bij de vragen leggen, want bij wiskunde of chemie kan je zonder dat onmogelijk beoordelen of een uitwerking klopt. Het is meteen ook het moment waarop je als ouder ziet hoe het er echt voor staat.
Wordt je aanbod geweigerd, kom er dan niet elke dag op terug. Zeg één keer dat het blijft staan en spreek een vast moment af, bijvoorbeeld zondagavond. Een afspraak op de kalender voelt anders dan een controle op een willekeurig moment.
Wat minder helpt, is een zomer waarin elke avond een studieavond wordt. Dat komt bijna altijd uit ongerustheid en zelden uit strengheid, en het effect is jammer genoeg hetzelfde. Wie zes weken lang geen enkele vrije avond heeft, houdt dat tempo niet vol en gaat na een tijd slechter studeren. Een paar vaste vrije avonden per week helpen om het vol te houden tot in augustus. De vakantie mag ook nog een beetje vakantie zijn, en net die ruimte houdt het studeren overeind.
Wees ook eerlijk over wat er op het spel staat, zonder het groter te maken dan het is. Een B-attest of een niet gehaald vak stuurt een traject bij, en daarna loopt het gewoon verder. Wie vandaag in de juiste richting zit, is daar vaak via een omweg geraakt. Hou er wel rekening mee dat een bijkomende proef nog altijd op een B- of een C-attest kan uitdraaien. Ga je daar niet mee akkoord, dan kan je in beroep, en die termijnen zijn kort. Ze staan in het schoolreglement, dus lees dat stuk nu al. Uiterlijk 15 september krijg je de definitieve beslissing van de klassenraad schriftelijk. Loopt het uiteindelijk anders dan gehoopt, dan blijven er wegen naar hetzelfde diploma bestaan, en de examencommissie is er daar één van.
Wat in augustus het verschil maakt
Een herexamen stelt één precieze vraag: kan je in augustus tonen dat je deze leerstof beheerst? Meer meet het niet en meer zegt het niet. De eerste dagen gaan bij bijna iedereen op aan piekeren, en dat stopt meestal op het moment dat je die ene vraag beantwoordt over wat er precies gevraagd wordt. Vanaf dan heb je iets te doen in plaats van iets te vrezen.
In augustus zit je tegenover dezelfde leerkracht met dezelfde leerstof. Wat je deze keer meebrengt, is dat je weet wat er gevraagd wordt en dat je het al een keer of vijf op een blanco blad hebt gereconstrueerd. Dat is goedkoper dan een zomer vol extra uren en het werkt beter.