Blog

Studieplanning maken: tel terug vanaf je examendatum

· door Lucas Dumoulin

Studieplanning maken: tel terug vanaf je examendatum

Je planning klopt na drie dagen al niet meer. Tel terug vanaf je examendatum, hou je herhaling vooraan en maak in tien minuten een schema dat wel standhoudt.

Op zondagavond maak je een planning voor de komende drie weken. Elk vak krijgt zijn dagen, de hoofdstukken staan verdeeld, en het geheel loopt netjes uit op de dag voor je eerste examen. Maandag lukt. Dinsdag lukt half. Woensdag komt er iets tussen, donderdag loop je twee dagen achter, en tegen het volgende weekend kijk je naar een blad dat niet meer klopt met de werkelijkheid. Dan gooi je het weg en werk je verder op gevoel. Op gevoel gaat de eerste dagen prima. Vanaf dan verlies je het zicht op waar je staat.

Dat scenario herhaalt zich zo vaak dat veel leerlingen ondertussen denken dat plannen bij hen gewoon niet pakt. De oorzaak zit meestal in de manier waarop de planning gemaakt is. Wie vanaf vandaag vooruit telt, maakt een wenslijst. Wie vanaf de examendatum terugtelt, maakt een rooster. Of je nu drie weken hebt of vier dagen, de oefening hieronder is dezelfde, en ze kost je tien minuten.

Waarom een planning het zelden tot week twee haalt

Vooruit plannen vertrekt van een vraag die je op dat moment onmogelijk kan beantwoorden: hoeveel krijg ik op een dag gedaan? Je schat dat royaal in, want op zondagavond zit je fris achter je bureau en voelt een hoofdstuk per avond haalbaar. Die ene schatting rol je vervolgens uit over drie weken, en daardoor zit de fout van dag één ook in elke dag daarna.

Er speelt nog iets. Een planning die vooruit telt, blijft in wezen die wenslijst. Ze legt nergens vast wat er tegen welke datum af moet zijn, en dus voel je pas dat het misloopt op het moment dat het al misgelopen is. Word je op woensdag ziek, dan schuift alles één dag op, en die dag moet ergens vandaan komen. Hij komt bijna altijd uit de laatste week, precies de week waarin je van plan was te herhalen. Zo verdwijnt het deel dat je punten oplevert als eerste, terwijl het als laatste zou mogen sneuvelen.

Tel terug vanaf je examendatum

Neem een blad en zet bovenaan de datum van je eerste examen. Schrijf daaronder de dagen, van die datum terug tot vandaag, elke dag op een eigen lijn. Vanaf dat moment werk je met een getal dat vastligt. Staat je examenrooster nog niet online, tel dan terug vanaf de eerste dag van de examenperiode. Die datum vind je in de schoolkalender en ze is altijd een veilige ondergrens.

Streep daarna weg wat al bezet is. Werk je op zaterdag, dan gaan die dagen eruit, en hetzelfde geldt voor de zondag bij je grootouders en de dag van dat toernooi. Zet er meteen bij wat elke overblijvende dag waard is, want een schooldag met acht lesuren en een taak voor morgen levert je twee of drie avonduren op, terwijl een vrije dag of een dag in de examenperiode het dubbele of meer geeft. Reken je die twee soorten door elkaar, dan klopt je schema al voor je begonnen bent. Een brugdag of een pedagogische studiedag midden in je venster is om diezelfde reden goud waard.

Wat overblijft, zijn je echte studiedagen. Meestal valt dat aantal lager uit dan het gevoel zei. Ik maak die telling geregeld samen met iemand aan tafel, en de reactie op dat getal is elke keer dezelfde: eerst even stil worden, en dan pas beginnen rekenen. Je weet waar je staat voor je één bladzijde gestudeerd hebt.

Verdeel vervolgens de leerstof over die dagen, van achter naar voor. De laatste twee studiedagen hou je vrij om te herhalen, zodat daar geen nieuwe stof meer op belandt. Op die twee dagen leg je de cursus dicht en overhoor je jezelf hardop op de hoofdstuktitels, en wat blijft haperen lees je gericht na. Daarvoor komen de dagen waarop je oefeningen maakt onder examenomstandigheden, met daartussen een paar dagen die je bewust helemaal leeg laat. Pas wat dan nog vooraan overblijft, is de ruimte voor nieuwe hoofdstukken. Zo staat het herhalen vooraan in de rij en ligt er niets achter waar het naartoe kan schuiven.

Eén gewoonte maakt die opbouw meteen sterker. Begin elke studiedag met tien minuten waarin je jezelf ondervraagt over het hoofdstuk van gisteren en over dat van vorige week. Dat kost je geen dag uit je budget en het maakt de oefendagen achteraan een stuk lichter.

Hand die met een balpen een takenlijst afvinkt in een ruitjesschrift

De dagen die je bewust leeg laat

Een planning die tot de laatste dag volloopt, is al stuk op het moment dat je hem maakt. Er komt altijd iets tussen. Je wordt ziek, een hoofdstuk blijkt dubbel zo lang als je dacht, of er duikt een taak op die je vergeten was.

Ik hou daarom ongeveer één op de zes dagen vrij als inhaaldag. Bij achttien studiedagen zijn dat er drie. Op die dagen staat er niets gepland. Loop je voor, dan gebruik je ze om te herhalen wat nog wankelt. Loop je achter, dan heb je ze nodig en zit je nog altijd op schema. Dat is het verschil tussen een planning die de eerste tegenslag overleeft en een planning die op donderdag in de vuilbak belandt.

Lees je dit als ouder, dan is dit de plek waar het thuis vaak botst. Een lege dag op het schema ziet er van buitenaf uit als een dag waarop er niets gebeurt, en net die dag houdt de rest overeind. De vraag die verder helpt, gaat over het blad zelf. Wat is er af, en staat het einde nog waar het stond.

Drieëntwintig dagen op de kalender, achttien om te studeren

Stel dat je examen wiskunde op 16 juni valt en het vandaag 24 mei is. Vandaag meegerekend heb je tot en met 15 juni drieëntwintig dagen. Je werkt drie zaterdagen, er is een verjaardag en een uitstap, dus je houdt achttien studiedagen over. De cursus telt negen hoofdstukken.

Voor je die dagen invult, tel je het aantal bladzijden per hoofdstuk. Hoofdstukken verschillen sterk in lengte, en een hoofdstuk van vijfentwintig bladzijden verdient vooraf al twee dagen terwijl een kort hoofdstuk er een halve krijgt. Die verdeling op voorhand maken scheelt je de eerste tegenvaller.

Nu vul je van achter naar voor in. De laatste twee studiedagen worden herhalingsdagen, en in de vier daarvoor maak je oefeningen. Drie dagen laat je leeg als inhaaldag. Er blijven dan negen dagen over voor negen hoofdstukken, dus ongeveer één hoofdstuk per dag, met drie dagen die je kan verliezen zonder dat je einde verschuift.

In dat hele schema heb je één beslissing genomen, en die gaat over wat er op welke dag af moet zijn. Hoeveel uur dat kost, laat je voorlopig open. Die eerste vraag kan je op zondagavond eerlijk beantwoorden.

Meer dan één examen

In juni staan er acht of tien examens op je rooster, verspreid over anderhalve week, en dan levert de oefening hierboven per vak een schema op dat over dezelfde dagen vecht als dat van je buurvak. De volgorde die dat oplost, telt twee keer terug. Je begint bij het laatste examen op je rooster, want dat bepaalt hoeveel studiedagen je in totaal hebt. Dat budget verdeel je over de vakken volgens hun gewicht, waarbij een vak met zes uur per week en een dik handboek meer dagen krijgt dan een vak met twee uur. Pas daarna tel je per vak terug vanaf zijn eigen datum, binnen het aantal dagen dat dat vak gekregen heeft.

Er blijft één ding over waar je vooraf over moet beslissen. Sommige dagen worden door twee vakken geclaimd, meestal de dagen tussen twee examens in. Bepaal nu al welk vak daar voorgaat, want in de examenperiode zelf beslist de paniek het voor je. Het vak dat als eerste aan de beurt komt, wint bijna altijd, en het vak dat drie dagen later staat, krijgt zijn dagen na dat eerste examen.

Daar hoort een tweede regel bij die veel scheelt. De vakken die het laatst aan de beurt komen, krijgen hun herhaling ook het laatst. Een hoofdstuk aardrijkskunde dat je drie weken voor het examen doorneemt en daarna nooit meer terugziet, is werk dat je opnieuw zal moeten doen.

Plannen in hoofdstukken of in uren

Een dag invullen kan op twee manieren. Je zet er een taak op, bijvoorbeeld hoofdstuk vier, of je zet er een tijd op, bijvoorbeeld drie uur wiskunde. Die twee keuzes zetten je dag anders in elkaar.

Een planning in taken is scherper, want ze loopt af wanneer het werk af is. Ze veronderstelt wel dat je weet hoelang een hoofdstuk bij jou duurt, en dat weet je pas na een paar hoofdstukken. Plannen in uren is makkelijker op te stellen. Zo'n planning maakt alleen geen onderscheid tussen drie uur waarin je vooruitkomt en drie uur die opgaan aan het overschrijven van je cursus.

De praktische middenweg is om in taken te plannen en in uren te meten. Je noteert vooraf welk hoofdstuk je vandaag doet, en achteraf hoelang het geduurd heeft. Na een paar dagen weet je wat een hoofdstuk bij jou kost, en vanaf dan klopt je planning voor het eerst met de werkelijkheid. Wat je vooraf noteerde en wat het werkelijk kostte, naast elkaar op hetzelfde blad, is het hele systeem. Het is dezelfde weg die elke muzikant aflegt bij het leren oefenen, waar je ook pas na een aantal stukken voelt hoeveel werk er in één stuk zit.

Wat je doet wanneer je toch achterloopt

Vroeg of laat loop je achter. De reflex is dan om de planning te herschrijven tot alles er weer in past. Dat herschrijven lucht op en het verandert niets aan het aantal dagen dat er nog is.

Op dat moment moet je kiezen, en de vraag is welke hoofdstukken het zwaarst wegen op je examen. Een puntenverdeling per hoofdstuk krijg je zelden te zien, dus je werkt met de signalen die er zijn. Het aantal lesuren dat aan een hoofdstuk opging en het aantal bladzijden dat het beslaat, zeggen samen al veel. Wat dit jaar op de toetsen terugkwam, zegt nog meer. En geeft je school een leerstofafbakening mee voor de examens, dan is dat het eerste blad dat je bovenhaalt.

De hoofdstukken die zo bovendrijven, zorg je dat die stevig staan. De rest doe je oppervlakkiger, of je laat er een stuk van vallen. Op de meeste examens leveren een paar hoofdstukken die je echt kent meer op dan alles half kennen, zeker wanneer er grote toepassingsvragen op staan in plaats van veel kleine weetvragen. Maak die keuze zelf en maak ze vroeg, want tegen zondag beslist de klok ze voor je. Dezelfde afweging komt terug wanneer je met een herexamen in augustus zit, waar je met minder dagen precies dezelfde vraag moet beantwoorden.

Iemand die aan een houten tafel met een balpen aantekeningen bijwerkt op een blad papier

Zorg dat je planning zichtbaar hangt

Het medium waarop je plant, doet er minder toe dan de vraag of je de planning ziet zonder ernaar te zoeken. Papier is daar de goedkoopste oplossing voor. Een blad boven je bureau of naast je cursus dringt zich op zodra je gaat zitten. Werk je digitaal, dan moet je die zichtbaarheid bewust organiseren, met een overzicht op je beginscherm of een weekplanning die je afdrukt en ophangt. Georganiseerd werkt digitaal even goed, en op één punt zelfs beter, want een schema dat voortdurend schuift, pas je op een scherm in enkele seconden aan.

Daar komt bij dat doorstrepen op papier een spoor achterlaat. Aan het einde van een slechte week ligt er een blad vol strepen, en op zo'n moment weegt dat bewijs zwaarder dan welke melding op je gsm ook.

De vijf minuten op zondag

Een schema van drie weken is na één week achterhaald, en dat is normaal. Daarom leg je van bij het begin een vast moment vast om het bij te stellen. Vijf minuten volstaan, en het is dezelfde zondagavond waarop je vroeger een uur zat te tekenen.

Je kijkt wat er af is, wat is blijven liggen, en of je inschatting van hoelang een hoofdstuk duurt nog klopt. Op basis daarvan verschuif je de rest, meestal één hoofdstuk naar een inhaaldag, terwijl het einde gewoon blijft staan.

Dat einde is het hele punt. De examendatum beweegt niet, dus alles wat je bijstelt, gebeurt binnen de ruimte die er is. Precies daarom werkt terugtellen ook wanneer het slecht loopt: het houdt de einddatum vast en laat de rest schuiven.

Het schema in balpen wint van het schema in vier kleuren

De mooiste planning die je ooit maakte, is waarschijnlijk die van vorig jaar, met een kleur per vak en overal hetzelfde aantal bladzijden per dag. Die hield het niet lang vol. Een schema in balpen dat je twee keer hebt doorgehaald en herschreven, brengt je verder, omdat het meegegroeid is met wat er werkelijk gebeurde.

Plannen is een vaardigheid die je aanleert, net als studeren zelf. Dat je het in het begin te optimistisch inschat, hoort daarbij en zegt niets over wat je kan. Na een paar examenperiodes merk je dat je het schema al maakt voor je er goed en wel bij stilstaat.

Zoek daarom vanavond je eerste examendatum op en tel van daaruit terug tot vandaag, met de bezette dagen er meteen uit. Wat je overhoudt, is een getal, en dat getal is meestal kleiner dan je hoopte. Het is ook het eerlijkste vertrekpunt dat je hebt. Vanaf dat blad werk je met een rooster, en een rooster gooi je op donderdag niet weg.

Terug naar alle artikels of bekijk waar we bijles geven.

Klaar om te starten?

Neem contact op en we bekijken samen wat je nodig hebt.

Chat met ons